Dit boek had ik eigenlijk al veel eerder voor u willen schrijven. Maar u ziet het, het is niet eerder gelukt. Simpelweg: ik had er geen tijd voor, dacht ik. Dat heb je als je “een baan hebt”. Je moet immers zorgen dat je genoeg geld overhoudt om van te leven. Voor dagelijkse dingen. Om op zijn tijd leuke dingen van te doen. Om al dat geld te verdienen moet er ook door mij gewoon gewerkt worden. Dus hou je geen tijd over voor hetgeen je al jaren geleden had willen doen.
Een vriend van me heeft een eigen bedrijf. 's Avonds vaak tot een uur of zeven, acht bezig en dan daarna nog even lekker tennissen. Op een gegeven moment was hij met vrouw en zoon op de tennisclub. Zijn zoon had, tegen alle regels in, met gewone schoenen de baan betreden. En zijn vader glunderen. Ik zag aan hem dat hij het geweldig vond om zijn zoon te zien opgroeien. En dat hij daar eigenlijk te weinig tijd voor had.
Totdat hij op een zonnige middag in het centrum van zijn stad in elkaar zakte. In het ziekenhuis werd epilepsie vastgesteld. En toen moest het wel een tandje langzamer. De auto werd verruild voor de fiets en de tennisbaan voor de huiskamer. Daarna zag ik hem nog zelden, maar ik weet wel dat hij nu minstens zo gelukkig is. Een tandje langzamer, een rustiger verzet.
Ik werk al jaren op Internet. De opkomst van dit medium, zo vanaf eind jaren '90, werd binnen de industrie eenvoudig verklaard: 30% van het verkeer is porno. De dure verbindingen zouden gewoon onrendabel zijn als er niet zoveel vraag was naar porno.
En het aanbod? Als je ziet hoeveel modellen er worden ingezet zou je je er haast over verbazen dat er nog vrouwen over zijn die hun lichaam niet verkocht hebben. De oorsprong van dit raadsel is eenvoudig. Aan het goedkope behang van de hotelkamers herken je een ander werelddeel. Vele meisjes uit Oost-Europa, Oekraïne en Wit-Rusland vinden hun weg – vaak digitaal- naar de seksindustrie van West-Europa en de VS.
En dan hebben we het nog niet over het sekstoerisme waarvoor duizenden opgewonden kerels naar het verre Oosten verkassen om zich daar ongekend goedkoop te laten afwerken door té jonge kinderen. En vlakbij, in Rotterdam, is de Keileweg net gesloten, waar de hoertjes hun centjes verdienen om er dope van te kopen.
Drugs teisteren de geesten, door straatarme boeren verbouwd in Zuid-Amerika, gesmokkeld door kansloze stumpers met torenhoge schulden die na hun arrestatie jarenlang hun tijd doorbrengen achter de tralies. En de maffia, die wordt er heel, heel erg rijk van.
Als u geen genoeg kunt krijgen van al dit slechte nieuws zal ik u nog een enkel verhaal vertellen. De molen hier in Maassluis verkoopt heerlijk cakemeel. Hoewel het spul stijf staat van de suiker gebruiken we het regelmatig. De vrouw die het meel verkoopt vertelde dat het allemaal in Vlaardingen wordt vermalen. De molen in Maassluis kan nog wel draaien maar deze mag niet mee gebruikt worden om te malen. Er zijn zoveel regels bijgekomen dat het gewoon niet leuk meer is om nog te malen, zo vertelde de vrouw. Het molenwiel is namelijk afgekeurd. En dat is jammer, want de molen draait gewoon als het waait. Maar hij draait voor nop. Pure verspilling.
Zo zijn er wel meer bedrijfstakken die te lijden hebben onder een teveel aan regels. En waar zijn die regels nu voor nodig: om het economisch proces in goede banen te leiden, opdat er geen woekeraars en klunzen aan de gang gaan met molens die ze niet kunnen bedienen. Zodat er steentjes in ons brood zouden kunnen komen waardoor mensen naar de tandarts zouden kunnen moeten omdat hun brood een stukje steen zou kunnen bevatten. In plaats daarvan hebben de regels molens geschapen die wel draaien maar niet werken.
Achter elk van deze anekdotes zit een drijfveer die typisch aan de mens wordt toegeschreven: het verdienen van geld. Als er geen geld mee verdiend zou worden, hadden de mensen in de voorbeelden andere keuzes gemaakt, of, hadden ze een andere keus gehàd. Als er geen geld was, hadden ook politici en regelmakers andere keuzes gemaakt. Zo maken we samen de wereld òm er geld mee te verdienen. Het gevolg is dat we leven om geld te verdienen en alles ervoor moet wijken.
In mijn eigen leven is het niet anders. De dingen die je louter doet voor geld, had je liever niet gedaan als je er geen geld voor kreeg. Dat wil niet zeggen dat u goed of slecht bent of dat geld goed of slecht is, want zo eenvoudig ligt dat niet. Ik probeer maar aan te geven dat, wat wij de normaalste zaak van de wereld vinden, eigenlijk een abnormale oorzaak heeft.
Hoe komen we er nu bij om zoveel waarde aan geld toe te kennen? Welke waarde heeft geld überhaupt ? Op enkele van die vragen zal ik in de komende hoofdstukken een antwoord proberen te geven. Beter gezegd: ik zal mijn uiterste best doen om de laatste, manke poot onder het geldstelsel uit te trappen: het vertrouwen. Hoewel ik vrienden heb horen zeggen dat de invoering van de Euro dat al gedaan had. Handig op vakantie, maar voor de rest zijn we met z'n allen bij de neus genomen.
Of het nu euro, gulden of neo-kapitalistische markteconomie heet, veel vertrouwen heb ik er niet in. Om te laten zien waarom niet, neem ik u mee op een reis langs mijn leventje. Ook zult u dan inzien waarom ik kom met een alternatief. Want klagen kunnen we allemaal wel, maar met een oplossing komen, dat is andere koek. Ik had er 33 jaar voor nodig.
Als kind had ik een sterke intuïtie. Ik maakte alleen de fout dat ik dacht dat ìk slim was. Maar het was alleen het contact met mijzelf, mijn innerlijke zelf, dat me de juiste antwoorden toefluisterde. Daar zou ik pas jaren later achter komen. Voorlopig zit ik nog op de lagere school en de klasgenoten noemen mij “de professor”. Ik was vast en zeker een irritant ventje die altijd het juiste antwoord meende te hebben. Dit is altijd irritant, of hij nu met een juist of onjuist antwoord komt. In die zin ben ik natuurlijk weinig veranderd maar daar kunt u beter zelf achter komen.
In de derde klas veranderde ik van school. Ik ging voortaan naar de Montessorischool. Daar mocht ik zelf mijn eigen, vrij hoge tempo uitleven op de stof en hoefde ik dus niet meer te wachten op langzame medeleerlingen. Op deze school speelt mijn eerste herinnering zich af omtrent het thema geld. Ik was als kind dus al gewend te luisteren naar mijzelf omdat daar de antwoorden uitkwamen. Met name in rekenen was ik een kleine ster. Niet dat er geen slimmere leerlingen waren, integendeel. Gedurende mijn hele school-carrière was er altijd wel een jongen of meisje, desnoods uit een andere klas, die met meer gemak hogere punten haalde. Ik kreeg de antwoorden binnen door te luisteren naar mijzelf. Een halve tel is genoeg om het antwoord gewoon te weten.
Op diezelfde, intuïtieve manier hadden we eens met een groepje kinderen een gesprek over de grote mensen. Het was omstreeks 1984 en ik denk dat Ruud Lubbers toen schoon schip maakte. Onze premier sloeg flink aan het bezuinigen. Wij als kinderen stelden eenvoudig vast:
De grote mensen
doen alles voor geld
en
alleen maar voor geld.
Wij vonden dat je geld niet kon eten en dat de wereld belangrijker was dan het geld. In deze jaren '80 was de wereld echter aan het veranderen: het werd de tijd van de Yuppen, de tijd waarin mensen graag rijk wilden worden, de tijd van Veronica met mooie meiden, dikke wagens en dure pakken. De ontwikkeling van de CD-speler was een grote omwenteling en bracht ons in het digitale tijdperk. Op school hadden we een computer, een Commodore 64. Het apparaat had nauwelijks geheugen, nog niet een duizendste van een mp3-speler waar de kinderen vandaag mee rondlopen. Een spelletje laden deed je met een cassettebandje dat met eindeloze piepjes de code doorgaf aan de bruine kast die “broodtrommel” werd genoemd. Al deze technische ontwikkelingen waren ontstaan dankzij enorme investeringen van machtige aandeelhouders.
Al was het zo dat de eerste digitale pioniers eenzaam en onbegrepen in hun garage sleutelden aan primitieve apparaten. Pas nadat er geld aan te verdienen was, is het echt los gegaan met die computers zodat u, ik, en de hele (...) wereld verbonden zijn via kabels en draden.
En toen al, op elfjarige leeftijd, kreeg ik een beeld van mezelf dat als volgt in elkaar stak:
Ik weet nog niet precies wat, maar ik ga nog eens iets héél belangrijks doen met dat geld.
Dat was een heel sterk gevoel dat over me heen kwam nadat we als kinderen bedacht hadden dat de grote mensen alleen maar bezig waren met geld en daar alles voor kapotmaakten. Als ik een foto van mezelf zie in die tijd dan zie ik een eigenwijze kop van een snotneus die het toen al beter wist dan ikzelf jaren later.
Later in de jaren '80 ging ik naar de middelbare school. Eerst in Amersfoort maar na 2 jaar verhuisden we naar het Zuiden des Lands, waar ook mijn wieg had gestaan. Dat had allemaal te maken met het werk van mijn vader.
Mijn vader werkte als accountant bij een platenmaatschappij. In Baarn zat het hoofdkantoor van dit bedrijf dat deel uitmaakte van het enorme Philips-concern. Philips moest natuurlijk ook zorgen dat er platen waren, anders kon je geen pick-ups verkopen en daarom had Philips een platen-imperium.
Mijn vader werkte als chef op een afdeling die wat met geld deed, de boekhouding. Mijn moeder werkte ook in de boekhouding. Bij haar kantoor kwamen mijn zus en ik vaak over de vloer, want het was vlakbij school. Je kon zien hoe de getallen onder elkaar werden opgeteld en ook hoe de getallen naast elkaar werden opgeteld. Als dan de totalen van de totalen overeenkwamen, klopte het schema en was er weer een pagina geboekt. Het zag er moeilijk uit maar ik snapte het idee.
Hoe dan ook, mijn vader werkte nu al een aantal jaren bij de planten-maatschappij en daar ging het toch niet zo heel goed. Hij was natuurlijk net zo'n lastig figuur als ik en dus was hij vast niet populair bij bazen. Op zoek naar ander werk belandde hij bij een bouwbedrijf in Brabant. Een jaar lang reed hij dagelijks met de auto bijna 150 kilometer en toen gingen we verhuizen.
Als zoon van twee economen bracht ik de pubertijd door in een klein Brabants dorpje. Ik was de enige thuis met aanleg voor techniek. Hoewel mijn zus een stuk meer begreep van bijvoorbeeld elektriciteit dan mijn ouders samen, herinner ik mij, dat ik altijd al het knutselwerk zelf moest uitdokteren. Vergeleken met andere jongens die wel een handige vader plus het nodige gereedschap hadden, kon ik nauwelijks uit de voeten. Mij zus, twee jaar ouder, had ook een aanleg voor techniek maar koos uiteindelijk het bekende pad richting de economie. Gelukkig had ze de voorlichtingsboekjes van de TU Eindhoven opgehaald en daar haalde ik mijn inspiratie uit. Economie was half-zacht en ik wilde een echte, serieuze technische studie volgen. Waar anders moest je heen met zoveel wiskundige aanleg. Oké, ik had als een van de weinigen ook de vakken Economie 1 en 2 gevolgd, maar dat was meer omdat deze vakken zo gemakkelijk waren. De taal was me natuurlijk met de paplepel ingegoten. Het typische economisch denken vormde voor mij geen probleem al stelde ik wel vragen bij de vaagheid van de economische theorieën.

Geld is net zoveel waard als een gek ervoor geeft
Ja, dit zijn maar versimpelingen want de echte modellen die zijn veel te moeilijk om op deze school te behandelen.
Wij waren niet onder de indruk, want bij Wiskunde B en Natuurkunde kreeg je te maken kreeg met veel ingewikkeldere zaken zoals sinussen, exponentiële functies en differentiaalvergelijkingen. Daar kon je veel meer mee zeggen.
Mijn buurman uit de schoolbank en ik hadden het volgende beeld. Die economen zijn gewoon pechvogels voor wie wiskunde te moeilijk is en daarom “maar” economie zijn gaan doen. En deze juf, ja, die kon in het bedrijfsleven natuurlijk niet aan de bak. Ze wist nog niet of je, om 15 door 3 te delen, de 3 op de 15 moest zetten of andersom.
Later bleek er toch een serieuze tak van economie te zijn, een afdeling waar ze wel degelijk kunnen rekenen. Econometrie noemen ze dat. Die jongens en meiden komen dan terecht bij clubs waar ze als rekenhulp worden ingezet voor politieke modellen. Eigenlijk is dat nog erger: kennis van de economie en de wiskunde op zak, en je laten dicteren door politieke onbenullen die van beiden amper verstand hebben. Immers, zoveel was me duidelijk, rechten ging je studeren als je èn geen wiskunde èn geen economie kon. En daarom zijn het ook de juristen die het de mensen zo moeilijk maken. Zij binden ons vast aan regelgeving die, samen met de druk van de bank, voor een lastig bestaan kan zorgen.
Nu moet ik toegeven dat ik toen nog niet in de gaten had dat al die mensen die die vervelende regels maken en die kortzichtige beslissingen, dat ook alleen maar doen omdat ze zelf niet anders kunnen. Ze hebben ook een vrouw, kinderen en een hypotheek. Dus, wie kan het zich nog veroorloven om “Nee, dat nooit” te roepen en met de vuist op tafel te slaan? Juist: werklozen en andere uitvallers. En nee, eigenlijk ook zij niet, want solliciteren is tegenwoordig een competentie en werkloos zijn heeft dezelfde werkdruk als een dagtaak. Je moet je overal inschrijven, talloze formulieren door, je bankrekening op tafel leggen. Voordat je dan eindelijk een cent krijgt... ik had toen allang weer een baan.
Maar ik hoorde bij de gelukkigen die kónden gaan studeren. Mijn ouders hadden het qua uitgaven rustig aan gedaan en mijn vader had een flink inkomen en daarmee kom hij onze studies onderhouden. Dat was belangrijk voor hem, want hij had dat nooit gemogen.
Opa was fabrieksarbeider. Ploeteren, vroeg op, zwaar werk in de rubberindustrie. Gevaarlijk werk ook en dat kostte hem een halve hand. Het werk ging door, bijbeunen in tuinen. De drie zoons waren intelligent maar studeren zat er niet in. Dat moest je dan zelf maar betalen. Hoe de andere ooms het precies geregeld hebben weet ik niet maar mijn vader is toen accountant geworden. Dan werk je vanaf je 18e fulltime en 's avonds doe je je studie. En dat maar voor een jaar of 10 totdat je eindelijk klaar bent. Ondertussen komen de kinderen. Geen keus, weinig tijd, want de kinderen moeten later wel kunnen studeren zoals hij zelf niet had gekund. Een nobel streven dat echter niet altijd in dank werd afgenomen. Want als je 5 jaar bent dan ga je om half acht slapen. En dan is papa net een uurtje thuis. Papa had dus geen keus of hij had de keus al gemaakt.

Thuiscomputer uit 1990.
Herinnert u zich die buigzame floppies nog?
Ik koos informatica eigenlijk maar voor een enkele reden: het zat ergens tussen wiskunde, economie en elektrotechniek en je kon later altijd nog zien in welke hoek je verder wou gaan. Dat was de officiële reden die ik gaf als je ernaar vroeg. Van binnen wist ik alleen dat het te maken had met computers en dat was toch wel het nieuwe ding van deze tijd. Verder had ik geen enkele reden nodig.
Het is toch merkwaardig dat de belangrijkste beslissingen in een opwelling worden genomen. Dat zou me nog vaker gebeuren. Vriendinnen, woningen, banen. Echt goed erover nadenken kan ik eigenlijk niet. Ik bedenk alleen maar redenen om me te excuseren voor een beslissing die ik in een opwelling genomen heb.
Zo belandde ik op de Universiteit Twente, omdat die gelegen is in een fraai park met studentenkamers vlakbij de collegezalen. Eindhoven had ik ook gezien en dat was een betonnen kolos middenin de stad. Delft was vast niets anders dan beton en dat bleek jaren later ook zo te zijn. Vrienden gingen naar Eindhoven omdat het dichtbij was, om het eerste jaar thuis te blijven wonen en daarna wel verder te zien, en als het niet zou gaan naar de HTS af te zakken. Ik ging direct op kamers om zo gauw mogelijk bij moeders uit huis te komen.
Ik ging dus een echte wetenschap studeren, harde techniek die ergens over ging. We kregen inderdaad behoorlijk pittige wiskunde al werden we ontzien in vergelijking met de Technisch Natuurkundigen. Altijd baas boven baas natuurlijk. Een van de opmerkelijke dingen in de wiskunde is dat complexe, onbegrijpelijke en onverklaarbare zaken eenvoudig in een formule worden gegoten waarna je er de meest fantastische dingen mee kunt doen.
In de informatica gebruiken we ook volop wiskundige beschrijvingen om onze programmacode op te baseren. In feite is een computer een soort wiskundomaat. Alles van binnen is niets anders dan een logisch gevolg van perfect ingeprogrammeerde functies. Mocht het zo zijn dat uw computer vastloopt, dan is zelfs dat het gevolg van een wiskundig te beschrijven fenomeen. Helaas had de programmeur even geen rekening met uw situatie gehouden en dus trad het programma buiten zijn oevers, zodat de ruimte van het programma ernaast werd aangetast, waarna de schade niet te overzien was en niets nog reageerde, behalve de aan- en uitknop. Dezelfde manier van vastlopen overkomt een failliet persoon of een failliet land. Je moet helemaal opnieuw beginnen.
Bij de opleiding Informatica kreeg je eigenlijk te maken met het hele technisch-wetenschappelijk denken van Plato tot de tweede wereldoorlog, anatomie en biologie daargelaten. Daar zaten wel interessante gedeelten bij. Al was het een trend dat je van alles leerde over iets, waarvan je niet wist waarvoor je dat voor kon gebruiken. Als je op het tentamen de kunstjes na kon doen, dan had je weer een vakje binnen. Al na ruim een jaar zag ik daar het nut niet meer van in en richtte ik mij op een andere taak: het verkennen van de wereld en het ontdekken van sex, drugs en rock n' roll. Tezamen met deze ontdekkingen ging natuurlijk het eeuwige filosoferen en stilstaan bij Wat-ik-hier-op-aarde-kom-doen. Eén van de ontdekkingen was het nieuwe rapport van de Club van Rome .

Niets weerhoudt exponentiële groei
Een exponentiële groei is een soort vlooienplaag. Een konijnenfokkerij. Het komt erop neer dat elke periode (bijvoorbeeld elke dag) het aantal verdubbelt. Bijvoorbeeld: vandaag 1, morgen 2, overmorgen 4 , volgende week 128, volgende maand 2147483648.
Nu is het vervelende dat je niks tegen deze exponentiële groei kunt beginnen. Politici denken wel eens in termen van : voor 2012 bereiken we 20% besparing, want de 2147483648 van vandaag is veel te veel. Er wordt niet begrepen dat de exponent keihard doorgoeit, in 2012 staat de teller allang op een getal van honderd cijfers. Ga dan maar eens 20% besparen, dan heb je nog steeds een getal van honderd cijfers!
Het enige dat wel werkt om een exponentiële groei af te stoppen is een andere exponentiële groei, maar dan negatief. Dat zie je nu gebeuren. De druk op de oliebronnen neemt langzaam af en de olieproductie stagneert. Achterin dit boek, bij het onderwerp Peak Oil, komen we erop terug.
In de zogenaamde limietenwiskunde is dit allemaal verplichte stof voor middelbaar scholieren en studenten. Ik wist dat, mijn flatgenoten wisten het, de hele Technische Universiteit wist dat. Maar niemand ging iets doen met het Rapport van de Club van Rome. Terwijl wij toch, naar mijn gevoel, de enigen waren die pas echt konden inzien wat er aan de hand was. Het leek niemand een bal te kunnen schelen of we zo zouden kunnen blijven leven, nee, als we morgen en volgende week maar halen.
In de media ging een fabeltje rond dat het allemaal wel meeviel. De Club van Rome had “het” fout gehad, want er waren veel meer voorraden dan in de berekening van 1972. De kranten zagen niet dat het model nog steeds overeind stond en dat de exponentiële groei ook gewoon gehaald was. Misschien was het wel een truuk van de media om de aandacht af te leiden en de mensen in de waan te laten.
Op dat moment besloot ik, met de krantenpagina over De Club van Rome voor me, het volgende:
Als niemand er wat aan doet,
dan ga ik er wat aan doen.
Dertien jaar later denk ik er nog zo over. In de tussentijd is er wel veel gedaan maar weinig bereikt. Toch ziet de wereld er nu weer een tikje anders uit. Maar ik zal eerst nog vertellen hoe het op de universiteit eraan toeging, want dat verklaart het heden.
Ik leefde dus in een soort wiskundige, abstracte droomwereld die perfect beschreven kan worden door vergelijkingen. De belangrijkste vergelijking op de universiteit is echter niet de wetenschap, maar de begroting. In plaats van dat er wordt samengewerkt, wordt er gestreden om de centen. Om projecten, om posities. Vrindjes.
Ik kwam in de Onderzoekscommissie dankzij een vriendje. De bedoeling van deze commissie was om de Faculteitsraad te adviseren over het onderzoek. Twee studentenzetels waren er toen nog, met een stuk of vijf professoren en docenten. Als studentlid kreeg je een leuk centje om de papierwinkel door te nemen en de maandelijkse vergadering bij te wonen.
In de twee jaar dat ik in erin zat heeft nooit één van de andere leden een opmerking geplaatst over het onderwerp van het onderzoek zelf. Nooit. De enige vragen waren over de FTE's, een afkorting voor het aantal arbeidsplaatsen ofwel een hoeveelheid geld. Zijn deze FTE's wel goed verantwoord? Juist ja.
Een van de leden van die commissie en tevens een van mijn docenten, vertelde trots dat hij alleen maar door De Prof was aangesteld nadat ze in hetzelfde blad, in hetzelfde nummer, allebei een artikel tegen “De AI” hadden geplaatst. De AI was een concurrerende onderzoeksrichting, Artificial Intelligence, die “te vaag” werd bevonden door te technici. Een uitstekende reden voor een aanstelling, nietwaar !
Ik zag dus dat strijd tegen de ander voorop staat in de wetenschap. De wetenschap zelf was een beetje naar de achtergrond geraakt, op rang drie nà de strijd en het geld. Maar ik ben niet helemaal eerlijk over concurrentie, want in de praktijk wordt er steeds meer samengewerkt. Dat moet ook. Er zijn allerlei onderzoeks-instituten opgericht die kennis uit verwante vakgebieden samenvoegen en op het kruispunt gaan zitten. Die club krijgt dan weer geld via allerlei geldstromen en concurreert alleen nog tegen soortgelijke instituten elders in de academische wereld. Ofwel: de strijd heeft zich verplaatst en we vechten samen aan een groter front tegen een ander collectief.
De keiharde techniek en de beeldschone wetenschap waren door de knieën gegaan en slaafs geworden aan de economie.
Nog steeds verklaart dat inzicht waarom ik mij niet laat inkapselen door onderzoekers. En waarom ze mij niet lusten, want aan mijn manier van werken is voor hun geen geld te verdienen. Het is niet meer dan logisch dat degenen die hun hart hebben uitverkocht aan hun hypotheek, niet meer in staat zijn tot een creatieve oplossing die diezelfde hypotheek in ernstig gevaar zal brengen. En dat geldt voor iedereen: zit u tot de nek in de schulden, tot uw nek in de centen of tot uw oren in de droom “geld is belangrijk”, dan zal dit verhaal moeilijk te verteren zijn.
De rest van dit boek is eigenlijk alleen voor degenen die allang weten dat het hele verhaal “geld” een illusie is. We zullen er een andere illusie naast zetten, dan mag u kiezen in welke illusie u wilt leven.
Goed, ik zou dus, als niemand anders het ging doen, de wereld dan maar gaan redden. Ik werd actief in het Enschedese wereldje. Ik kwam bij een jongerenclub voor Duurzame Ontwikkeling. Dat is echt een modewoord uit begin jaren '90. Wat betekende duurzaam destijds ook alweer?
Mevrouw Brundtland uit Noorwegen had een mooi rapport (Our Common Future) geschreven met daarin ongeveer de volgende tekst:
Duurzame ontwikkeling is het zodanig voldoen aan
onze huidige behoeften
zonder toekomstige generaties te schaden
in hun behoeften.
Al snel stelde ik het anders:
Zo leven dat je het vol kan houden.
Het was een bijzondere club omdat we echt konden samenwerken. Ondanks dat er jongeren van politieke en religieuze clubs, onderling ook van verschillend pluimage, bij elkaar zaten. We zaten er voor een gemeenschappelijk doel. Het Jongerenplatform Duurzame Ontwikkeling Enschede (JP Doe) had de doelstelling om de stad over vijftig jaar leefbaar te houden en maken. We zijn al tien jaar verder. Nog veertig jaar te gaan.
Een van de eerste acties was een succesvolle lobby bij de Gemeente Enschede om mee te doen aan de Lokale Agenda 21. Dat is een verhaal op zich. In 1992 hadden de Verenigde Naties in Rio de Janeiro op de UNCTED conferentie besloten om “wat te gaan doen”. Zij hadden natuurlijk ook de Club van Rome gelezen. Maar er kwam uit: wij kunnen niks doen! Wij, de wereldleiders, besluiten hier dat wij niks zullen doen aan deze problematiek want we kunnen het niet. We staan te ver af van de burger.
Daarom werden de gemeenten van de Wereld opgeroepen om mee te doen met de Lokale Agenda 21( LA 21). Laat de gemeenten het maar uitzoeken. Aldus geschiedde. Dankzij de VOGM- subsidie van het Ministerie werd de LA21 in diverse Nederlandse gemeenten geïntroduceerd. In Enschede werd er 2 ton (gulden) vrijgemaakt. Dat was ons eerste wapenfeit.
Dat stelde ons voor grote problemen: nu doet de Gemeente mee, maar wat willen we nu eigenlijk dat ze gaan doen? Dankzij de grote lading actiemateriaal die op onze deurmat binnenkwam ontdekten we de Visie-Strategie-Actiepunten benadering en besloten dus eerst maar eens een Visie op te stellen: de Visie van Enschede.
Met iets van 10 jongeren kwamen we elke 2 weken bijeen, discussieerden, maakten aantekeningen, die werden weer uitgewerkt, bediscussieerd. Na bijna 1,5 jaar was het ons helemaal duidelijk: alles (maar dan ook alles) moet terug in een cyclus en die cyclussen moet je zo klein mogelijk houden, door zo min mogelijk energie te gebruiken. Dat is de enige manier om het vol te houden.
Dit is nog steeds de basis van de Kleureneconomie. Dit zijn de principes waar het, technisch gezien, om draait. De rest is een spel, een werkwijze rond de principes van de cyclus en energie. De principes zelf worden nog steeds het best uitgelegd in de originele Visie van Enschede.
Deze visie op de toekomst is gezien vanuit het energieperspectief. Dit perspectief kent een natuurlijk principe:
De wet van behoud van energie.
Bij alles wat er gebeurt (processen) gaat er evenveel energie in als eruit komt. De energie-inkomsten komen oorspronkelijk altijd van de zon.
Een groot deel van de energie-bestedingen gaan op in warmte die eerst voor de vogeltjes is en dan in de ruimte verdwijnt. De op aarde aanwezige energievoorraad, in de vorm van fossiele brandstof, is eindig. Ook de continue aanvoer van zonne-energie is niet onbeperkt.
In de rest van dit hoofdstuk behandelen we de zeven thema's van de Lokale Agenda 21. Om inhoudelijke verwarring te voorkomen is het eerste thema van de Lokale Agenda 21 (Internationaal) als laatste belicht. Ook is er een extra thema, Water, toegevoegd.
Het thema is toevallig hetzelfde als het perspectief
Alle energie op aarde is oorspronkelijk afkomstig van de zon. De beste aanpak voor duurzame ontwikkeling is om deze energie zo lang mogelijk in bruikbare vorm vast te houden voordat het in de ruimte verdwijnt. Dit betekent dat er zo veel mogelijk groen (natuur dus) aanwezig moet zijn want groen is de meest optimale omzetter van zonlicht naar opgeslagen energie.
Het groen is voeding voor mens en dier.
Zo eet de mens dus indirekt zonlicht.
Het energieverbruik zou in principe niet hoger dan de gemiddelde opvang van zonne-energie mogen zijn. Dit uitgangspunt heeft vergaande gevolgen voor de hierna te bespreken thema's.
Meer over technische energie-opwekking achterin dit boek bij de paragraaf over Technologie
Winning van brandstof mag de natuurlijke energiewinning niet belemmeren (stuwmeren en maaiveldmijnbouw). Deze vormen van winning zorgen ervoor dat het groen de zonne-energie niet kan opvangen. Het groen is dan ook niet meer eetbaar. Zo zorgt de zogenaamde energieopwekking door de mens voor het onmogelijk worden van energieopwekking door de natuur.
We moeten streven naar een schonere manier van energieomzetting. Met het begrip Schone Energie bedoelen we die energie-omzettingsprocessen waarbij de omgeving niet wordt aangetast in de vorm van ongewenste bijprodukten (CO2, SO2, NOx: zure regen).
Gedurende de levensduur van een energieomzetter mag het energieverbruik niet groter zijn dan de energie-produktiekosten. Een zonnecel kost net zoveel energie bij de produktie als de opbrengst tijdens zijn levensduur. De zonnecel kost dus energie want de prijs is hierbij nog niet eens meegerekend. Soortgelijke paradoxen komen onder andere voor bij moderne (electrische) windmolens en spaarlampen.
De enige schone energie op basis van de huidige technologie is in feite de landbouw, bosbouw en visserij, mits goed bedreven. Dit betekent dat er geen sprake van roofbouw kan zijn. Deze vorm van schone energie, daar zouden we het in principe mee moeten kunnen doen!
Bebouwing neemt ruimte in waarop energie had kunnen worden opgevangen door de natuur. Zuinig gebruik van leefruimte per persoon levert dus energie op, want je houdt het vast in plaats van het om te zetten in warmte. (In de zomer wel eens over een volle parkeerplaats gelopen?) Het aanleggen, verwarmen, onderhouden en afbreken van bebouwingen kost energie.
De aanleg van nieuwbouwwijken vraagt een extra belasting van het milieu vanwege de aanleg van nog meer wegen. Bij het plannen van bouwen en wonen zal rekening worden gehouden met het minimaliseren van de te investeren energie.
De energiekosten van de sloop van bebouwing moet in de architectuur meegenomen worden om afval en energieverspilling te voorkomen.
In de architectuur zal rekening gehouden worden met de flexibiliteit van het gebruik van het gebouw. Dit betekent dat gebouwen een multifunctioneel karakter zullen hebben, zodat je ze kunt blijven gebruiken ongeacht de toepassing.
Woonvormen (alleenstaand, gezin, woongroep) hebben invloed op de woningen. Groepswonen met gezamelijke en eigen ruimten vermindert het aantal benodigde keukens en sanitair. De energiebehoefte van woongroepen ligt dus in principe lager.
In de natuur zijn alle processen en stoffen op elkaar ingesteld in kringlopen. Wij moeten streven naar aansluiting bij de natuurlijke cycli. De natuur laat zien dat alle processen nauw met elkaar verweven zijn in dynamisch-cyclische evenwichten. Culturele processen kunnen alleen voortbestaan als zij ook in dynamisch-cyclische evenwichten zijn.
Alle productie- en afbraak-processen kosten energie. Het is een zaak van levensbelang om zodanig te produceren dat de cyclus productie, gebruik en afbraak zo min mogelijk energie
vraagt. De afval-fase is het veranderen van de producten naar basisstoffen of halfprodukten die hergebruikt kunnen worden. Dit kost ook energie en die kosten van de afvalfase moeten bij de prijs van het product inbegrepen worden.
Om van het afval af te komen kun je het ook verbranden. Dan kun je het laatste beetje energie (verbrandingswarmte) dat erin zat eruit halen. Gevolg is dat er een kluit rotzooi overblijft waar je nooit meer vanaf komt. Dit kost de natuur veel energie en tijd om het weer in een cyclus op te nemen. Dat kun je niet oneindig lang volhouden en is dus in principe onwenselijk.
Het streven is dus naar het netjes opruimen van de afvalbergen zodat zoveel mogelijk materiaal nog gebruikt kan worden. Verlies aan grondstoffen moeten we voor bestaande afvalbergen helaas accepteren. Niet alle vuilnis is nog te gebruiken, maar veel afval wel. Toekomstige vuilnisbelten zijn te voorkomen.
Het verplaatsen van mensen en goederen kost veel energie en vervuilt de lucht ernstig. Wij vinden dat de verkeers-behoefte drastisch verminderd kan worden, daartoe moet het mobiliteitsgedrag veranderen.
In het goederenvervoer kan een afname van afgelegde kilometers, dus verbruikte energie, worden gerealiseerd door een consumptiegedrag te ontwikkelen die gebaseerd is op het gebruik van lokaal geproduceerde goederen.
Het personenvervoer van woon-werkverkeer is onrendabel als de auto gebruikt wordt. De energiekosten van autorijden naar het werk zijn namelijk veel hoger dan de in de arbeid geïnvesteerde energie. Als de woon-werk afstand vermindert kan dit energiebesparend werken. De noodzaak van het autogebruik neemt dan af.
In de stad moeten mogelijkheden worden geschapen die ervoor zorgen dat de fiets het snelste vervoersmiddel is. De ruimte die nu voor het autoverkeer in gebruik is zou voor de fietser beschikbaar moeten komen. In tabel 1 ziet u een overzicht van de diverse transportmiddelen en hun energieverbruik.
Vervoermiddel |
Brandstof verbruik |
vliegtuig |
100 l |
auto |
67 l |
bus |
26 l |
trein |
17 l |
fiets |
nihil |
Tabel 1: Vervoersmiddellen en verbuik. Bron: NJMO & IPP, Future in Action, 1994
In de landbouw wordt energie van de zon omgezet in een vorm die geschikt is voor consumptie door de mens. Het is van groot belang dat er wordt gestreefd naar een maximale opbrengst die is berekend op de oneindig lange termijn. Bij het exploiteren van landbouwgronden zal het uitputten van de grond daarom voorkomen moeten worden. De voedsel- en vezelproduktie zal daartoe worden afgestemd op het lokale consumptiegedrag van de mensen en de veestapel.
Biologisch-ecologische landbouw moet de standaard zijn. De landbouwers en de consumenten zouden het inzicht moeten ontwikkelen waaruit blijkt dat het duurder is indien het oppervlaktewater vervuild wordt door overbemesting en het gebruik bestrijdingsmiddelen. Indien wij het oppervlaktewater schoon houden besparen wij de energie die nodig is om het leefklimaat voor de mens en zijn omgeving weer optimaal te maken. Immers de door de landbouw gebruikte middelen kosten uiteindelijk meer energie dan ze opleveren.
De lokaal, groen verbouwde producten worden via alle mogelijke lokale verkooppunten verkocht dus ook in de supermarkt. Het verpakken van voedsel kan niet meer grondstoffen gebruiken dan noodzakelijk is.
Voedsel is in de kringloop een eindproduct, bij kleding is dit anders. Het kan mogelijk zijn om het koopgedrag van kleding te verminderen, de modegril hoeft geen hoofdreden te zijn voor nieuwe aanschaf. Nadat de kleding is afgedragen, blijkt het toch vaak nog hergebruikt te kunnen worden, er zijn genoeg sociale instellingen die heel erg blij zijn met gebruikte kleding. Deze vorm van giften zou meer gestimuleerd kunnen worden. De afgedragen kleding bevat nog vele vezels die eventueel gebruikt kunnen worden voor de productie van nieuwe materialen.
Een alternatief voor het uitzoeken van bijvoorbeeld een nieuwe broek is het zoeken naar duurzaam materiaal, gemaakt van vezels die een hogere slijtvastheid hebben dan de nu gebruikelijke. Een van de vezels die hiervoor in aanmerking komen, zijn afkomstig van de hennepplanten.
De intensieve landbouw moet worden omgezet in extensieve landbouw; met kleinschalige gemengde bedrijven. Uit onderzoek is reeds gebleken dat deze bedrijven, met een grotere biodiversiteit, als voordeel hebben dat er een reductie optreed in het ziektebeeld van de aanwezige veestapel.
De natuur en het landschap vormen de omgeving van de mens en deze is onontbeerlijk voor het voortbestaan van alles wat leeft. De natuurlijke kleine kringlopen, de diverse levenscycli, vormen een geheel met de grote kringloop van de natuur daarom is het wenselijk om op elk niveau bij deze kringlopen aan te sluiten. Een zo groot mogelijke biodiversiteit is wenselijk deze is immers belangrijk voor een stabiel natuurlijk evenwicht. Tegengesteld hieraan is de wens naar een maximale opbrengst, deze zorgt voor een uitputting van de grond en de ontwrichting van de diverse natuurlijke kringlopen.
Groen, voornamelijk bomen, hebben het hoogste rendement bij het omzetten van zonne-energie naar opgeslagen energie. Een grote biodiversiteit kan worden gerealiseerd door bijvoorbeeld de aanleg van oerbossen. Deze vorm van bosbouw geeft meer mogelijkheden tot het opslaan van grote hoeveelheden energie dan bij aangelegde productiebossen het geval is.
De belangrijkste, duurste, grondstof is water. Het kost veel energie om drinkwater uit de zee te ontzouten. De zon zorgt continu voor een gratis aanlevering van drinkwater via wolken uit de lucht, voorkom de zure regen door het tegengaan (houden) van uitstootgassen! We moeten niet meer water uit de bodem halen dan er aan schoon regenwater in verdwijnt. De landbouw en de zware industrie verspillen vaak veel water, dat moet in de prijs van hun producten doorschemeren. Ook moeten zij zelf voor de zuivering zorgen. Consumenten kunnen een bijdrage leveren door douchewater te hergebruiken voor het toilet met een 2e watercircuit.
Om alle tot nu toe besproken lokale thema's op een mondiale manier aan te pakken moet er gestreefd worden naar lokale economische regio's die op kleine schaal onderling producten uitwisselen. Het milieu moet als uitgangspunt dienen voor de opzet van deze economische infrastructuur, en niet als sluitpost. Het voortzetten van de huidige grootschalige, vaak onnodige, uitwisselingen tussen op mondiaal gerichte structuren (bedrijven) moet teruggedrongen worden. Dit betekent een reductie van het wereldwijde transportgeweld waarin gelijksoortige producten over en weer vliegen onder het mom van economische vooruitgang. Onnodig transport van goederen en mensen is pure energieverspilling.
Tot zover dus een compleet hoofdstuk uit de Visie van Enschede. Nu weet u waar we heen gaan. Het is de bedoeling dit werkelijk te realiseren. De enige vraag is: hoe ?
Het vervolg van dit boek gaat over het zoeken naar een manier om deze Visie van Enschede te realiseren. Daarbij hebben we een lange weg te gaan. We kwamen erachter dat het meer een kwestie is van “het onmogelijke mogelijk maken” dan om alle veranderingen helemaal zelf te gaan doen. Immers: uiteindelijk moet het uit de mensen zelf komen.
Na de Visie is dus de Strategie het volgende “puntje”. Maar hoe komen we nu op een geschikte strategie? Daarvoor moest ik eerst nog wat “vakjes volgen” aan de Universiteit.
Een van de vakjes ging over de semantiek van programmeertalen. Daarmee bedoelen ze: de formele betekenis, keihard vastgelegd wat het is. Een voorbeeldje. Iedereen weet wel wat een meter is. De échte, originele meter ligt goed bewaakt in Parijs, want die meetlat was de oorspronkelijke meter die de maat was voor alle gekopieerde meters. Een duidelijk voorbeeldje van semantiek dus: leg vast wat je bedoelt. Schrijf op wat je er precies mee bedoelt: de betekenis.
En passant zat ik natuurlijk met de Visie van Enschede in mijn maag en met de economische realiteit: zelfs de wetenschap was op de knieën gegaan voor de economische “vooruitgang”.
Toen kwam ik achter het geheim van geld: het heeft geen betekenis. Er is geen betekenis vastgelegd. De waarde van geld is voor 100% gebaseerd op vertrouwen, iets dat het van mij niet echt krijgt. De tijd dat geld werd gedekt door goud en zilver in de schatkamers van de banken, ligt al tientallen jaren achter ons.

De dollar wordt telkens iets korter en dan weer iets langer, gemeten aan de euro.
De semantiek, de betekenis van geld is dus ongedefinieerd. Dit is dè zwakte van het geld en het is volgens mij de oorzaak van de grootste problemen waar voor economen zich geplaatst zien: rente, inflatie en de verplaatsing van grote kapitalen van land naar land. Armoede vinden ze geen echt probleem, dat hoort gewoon bij het spel.
Het ontbreken van semantiek heeft ook een keerzijde: rente. U had een hypotheek? Dan betaalt u meer rente dan aflossing. Is dat eerlijk: ja, want geld is niet gedefinieerd. Het is slechts een groeipatroon, een vermenigvuldiger. Een euro vandaag is niet een euro morgen. Als u vandaag leent, betaalt u morgen meer terug. Als ik een brood leen, breng ik een brood terug. Een kop suiker voor een kop suiker. Een berg geld voor een berg geld plus een extra schep geld. Groeipatroon!
Laten we dit nog even nader onderzoeken. Stel, ik heb een broek en die meet 95 centimeter. Morgen meet de broek 98 centimeter. Hekserij ? Is de broek gegroeid? Nee. De meetlat is gekrompen. Er is geen economische groei, de munteenheid krimpt slechts. Dat noemen ze dan weer inflatie. Ik noem het gewoon een zooitje ongeregeld. Wat heb ik nu aan een meetlat die dagelijks korter wordt? Brandhout!
Wat ingewikkelder wordt het als we geld verplaatsen. Nu denkt u wellicht aan het terugkeren van vakantie met een aantal Indiase Rupee's in de zak. Dat bedoel ik niet. Het gaat om bedragen zo groot als het salaris van alle Nederlanders in januari. Zulke bedragen worden met een druk op de knop, elektronisch, verplaatst van rekeningen in Brazilië naar rekeningen in Moskou of Londen. Vroeger zou je die bedragen alleen verplaatsen als je producten de andere kant op stuurde. Zo hoort het ook in het economisch model, de bedrijfskolom: geld de ene kant op als vergoeding voor producten die de andere kant op van eigenaar wisselen. Maar dit groot-transport is zonder tegenwaarde. Er zijn zogenaamd geen consequenties. Maar die zijn er dus wel, want dit wegrennen van geld is een aanzet tot een financiële crisis. Wat gebeurt er? Beleggers komen erachter dat het geld op de rekening in Brazilië in gevaar is, want de rente kan niet meer worden betaald. Gauw dat geld verplaatsen, voordat de bank of de staat failliet gaat en ik mijn geld kwijt ben. Als de eerste stapel geld over de dam wordt gestuurd, volgen er velen. Wie te laat is en wie niet weg kan, heeft pech. Dat zijn de inwoners. De beleggers gaan gewoon verder in het volgende land.
Op dat moment in mijn leven zat ik dus met het volgende raadsel: je hebt een visie die je wilt realiseren, je hebt de keiharde economische realiteit en je weet dat die zich baseert op geld dat eigenlijk een ongedefinieerde eenheid is. De vage geldeenheid is de verborgen oorzaak van allerlei ingewikkelde economische problemen. De gewone mensen overzien het allang niet meer. De economen nemen de problemen als vaststaande feiten. Rara wat te doen.
Nu ben ik opgeleid voor ontwerper, een ontwerper van informatiesystemen. Het geldsysteem is, misschien met uitzondering van de klok en de kalender, het grootste en invloedrijkste systeem op de planeet. Het zit ontwerptechnisch zó enorm slecht in elkaar dat de basis ervan, geld, een onbekende is. En daar hebben we dan zo'n vertrouwen in?
Het ontbreken van een betekenis is wel een handig eigenschap voor de banken. Als u een hypotheek neemt, dan leent de bank u het geld en betaalt u jaarlijks 4% van het bedrag aan de bank.
Vraagje: waar was dat het geld dat u leende vóórdat het door de bank voor de aankoop van het huis werd gebruikt ? In een kluis? Op de bank? Nee. Het bestond niet. Als u 100 euro van de bank leent, dan is 7% daarvan door een spaarder op de bank gezet en de rest is nieuw. Het geld onstaat pas wanneer het wordt geleend. Om iets te lenen dat daarvoor niet bestond, betaalt u jaarlijks duizenden euro's rente! Wat een grap!
Als u dit nog even was ontgaan, zal ik u ook iets vertellen over computerprogramma's. Iedereen die wel eens de programmacode van een andere programmeur heeft gezien, weet dat het vaak lastig is om iets aan het programma te veranderen. Als je hier wat verandert, ontstaan er daar fouten. Als je het ergens anders verandert, komen er ergens anders weer fouten. Wat doe je met zo'n programma: opnieuw bouwen en dan beter. Repareren gaat niet meer.
Het geldstelsel is ook zoiets. Als de overheid morgen eindelijk een ecotax invoert, dan komen overmorgen de vlieg- en autosector in de knel en een week later volgt de rest van de economie. Als we de ene fout oplossen, krijgen we er talloze anderen voor terug.
De economie is een instabiel kaartenhuis. Het is eigenlijk een wonder dat het nog steeds werkt, in die zin, het is een wonder dat jullie het trucje nog niet doorhebben waardoor het telkens weer verder strompelt.
Als ik als programmeur het geldsysteem zou moeten repareren, dan zou ik het niet gaan aanpassen . Ik zou een volledig nieuw ontwerp maken en daarmee en een heel nieuw programma schrijven. Aanpassen van het ontwerp gaat niet, want een ontwerp van de economie is nooit gemaakt. De werking is werkelijk een puinhoop. De noodzakelijke aanpassingen uitvoeren gaat niet want dan stort het systeem in. Crash!
Armoede, scheve verdeling van welvaart, hyperinflatie, fraude, grondstoffentekorten, afvalbergen, milieuvervuiling, uitbuiting, slavernij, kinderarbeid, energieverspilling, klimaatverandering handelsoorlogen, drugsmaffia, dakloosheid en prostitutie, oorlog. Kortom: ongeluk. Allemaal storingen van het programma en geen van alle zijn ze oplosbaar gebleken. U kent er vast nog wel een paar.
Laten we eens kijken hoe die storingen er precies uitzien.edrijven zijn bekende vervuilers. Tot op zekere hoogte is dat toegestaan. Het kost ze ook geld als ze kostbare stoffen kwijtraken. Maar dit tekort kan worden goedgemaakt met de winsten op andere producten, of, andere gedeelten van hetzelfde product.
Stel, ik heb een raffinaderij en ik mors wel eens wat. Geen probleem, we zitten vlakbij de Nieuwe Waterweg en zogenaamd niemand die wat merkt. Ik kom wel een paar ton stoffen tekort, die ben ik immers verloren in de Waterweg. Financieel gezien is het geen punt. De schade is zo klein dat ik het verlies vrij snel goedmaak bij de eerstvolgende verkooporder. De natuur echter denkt er heel anders over. De zwanenkolonie in de Nieuwe Waterweg houdt helemaal niet van olie! Een eventuele boete zet trouwens ook geen zoden aan de dijk bij bedrijven die $ 10.000.000.000 winst per jaar maken. De winst wordt weliswaar wat lager door de boete, maar dat is te doen. Maar de zwanen kunnen hun ongeluk niet compenseren met deze boete die de raffinaderij betaalde. Hier zie je dat de werking in het systeem geen goede afspiegeling is van de realiteit.
Nog maar eentje. Het broeikaseffect en de opwarming van de aarde komen al aardig op gang. Er wordt nog meer verwacht. Gaan we nu iets doen? Nee, de conferenties struikelen van mislukking naar mislukking alleen omdat het land met de meeste wapens, de Verenigde Staten, de landen apart onder druk zet om geen amok te maken. Anders sluiten we jullie economisch af. Of: anders vallen we Scheveningen binnen.
De problemen grijpen in elkaar. Ze zijn geen van allen oplosbaar omdat de ene oplossing het andere probleem verergert. Dat komt doordat het vanaf het begin scheef in elkaar zit. Het wordt nooit wat. Vandaar dat de regeringen al jaren zitten te wachten om maatregelen te nemen.
Ze doen het niet
want ze durven niet
omdat ze weten
dat het niet kan.
Daarom heb ik destijds, ergens rond 1995, besloten om het geldsysteem opnieuw te ontwerpen. En wel zo, dat de waarde van het geld precies overeenkomt met de regels die in de natuur gelden. De Minister van Milieu, Margreeth de Boer, bracht me op het idee. Hoe kwam dat?
Onze vereniging, JP Doe, was een van de weinige jongerenplatformen die de landelijke organisatie NJMO uit de grond had weten te trekken. Jaarlijks overlegde deze club, die nu is opgegaan in de Nationale Jeugdraad, met de Minister van Milieu. Als afgevaardigde uit Enschede ben ik toen ook een keer mee geweest.
Minister Margreeth de Boer had het over de ecologisering van het belastingstelsel. Eco-tax dus. Dat had ze graag gewild, zei ze. Ze had er door juristen onderzoek naar laten doen maar daar was helaas uitgekomen dat het niet kon: er zaten teveel wetten in de weg.
Voordat je het weet dwaal ik af naar het feit dat juristen wetten hebben gemaakt die zo ingewikkeld zijn dat ze zelfs zichzelf in de weg zitten, maar laten we toch even bij het onderwerp blijven.
De Minister zegde toe, nu de ecologisering van het belasting-stelsel niet doorging, dat ze zou kijken naar de ecologisering van het subsidie-stelsel. De andere jongeren van de NJMO vonden het wel een idee, maar ik had er geen vertrouwen in. Ik zei: dat zal dan ook wel te moeilijk liggen. Zouden we niet gaan kijken naar de ecologisering van het geld-stelsel zelf? Dat was een zin die niemand begreep. Ik ook niet. Maar in de jaren daarna ben ik precies gaan begrijpen wat het allemaal inhoudt. Ik moest wel wat beter leren modelleren voor ik het echt begon te begrijpen.
Als informaticus moet je een bepaald probleem oplossen en om inzicht te krijgen in het probleem en de oplossing ervan, teken je modellen. Precies zoals in de mode. Ook een mode-ontwerper tekent de maten van kleding uit, voordat er wordt geknipt en genaaid.
Ik koos ervoor om meer te leren over modelleren en model-technieken. Als dromer is dat handig, want dan kan je je dromen uitwisselen met degene die dezelfde plaatjes ook kunnen begrijpen.

De levenscyclus van de Mot
De garbage collector, de vuilnisman van het systeem, maakt het geheugen vrij zodat je weer nieuwe objecten geboren kunt laten worden in dezelfde ruimte. In de biologie is het niet anders: gooi je je gras op de composthoop dan wordt het door de torretjes en bacteriën omgezet tot de oorspronkelijke ruwe materialen: wat wij noemen compost en wat toch wel erg lijkt op aarde, het donkere poeder in de vruchtbare bovenlaag van onze planeet.
In de tijd van mijn afstuderen zat ik de hele dag in boeken te bladeren over levenscyclussen en modellen zat te tekenen over objecten in een ziekenhuis. In de achterkamer van mijn hersenen wachtte de opdracht om het geldstelsel opnieuw te ontwerpen, de opdracht die ik bij de minister had aangenomen. Maar zit recycling dan ook niet ergens in het economisch systeem? Hoe is er destijds over nagedacht, toen de Koning zijn eerste munt sloeg?
In plaats van de definitie van geld te geven, komen economen ervan af met het geven van een beschrijving van de bedrijfskolom. De goederen worden geproduceerd en gaan van fabrikant tot fabrikant, totdat het eindproduct naar de consument gaat. Het geld gaat de andere kant uit, van consument achteruit de bedrijfskolom in

Een drietal bedrijfskolommen
Hiernaast staan een drietal bedrijfskolommen in een plaatje. Kijk nu eens op waar het eindproduct, vlees en groente, heengaat? Staat er niet bij. Na de detailhandel gaat het naar de consument, oké. En daarna? Juist, door de wc, richting riool en slibverbranding. En daarna ? In zee geloosd of verbrand tot een onbekende stof. Ook over het blik is niets bekend.
Dit model, de bedrijfskolom, is zo'n beetje de basis van de economie. Het heeft nu al twee tekortkomingen: de delfstoffenwinning zorgt voor een uitputting van hulpbronnen. Aan de andere kant van de kolom staat de afvalberg. Hetzelfde materiaal als aan het begin, in 'waardeloze', opgebruikte vorm.
In de laatste fase van de “cyclus” gaan de stoffen de zee en de lucht in. Maar waar blijft het geld in dat laatste gedeelte van de cyclus? Nergens. Is Onbekend. Niet over nagedacht.
Ik zou de waarde van de afgewerkte producten negatief noemen: Het kost u geld om het riool te gebruiken. Het kost geld om huisvuil op te laten halen. Alles kost geld, zult u denken. Logisch, want vuil is niets waard. Ik vind het vreemd, want op de wc poepen levert stoffen die prima gerecycled kunnen worden. Die eigenlijk gerecycled móeten worden. Het zijn kostbare grondstoffen voor onze tuinbouw. Nee, de waarde van de poep is nul. U betaalt voor de moeite, lees energie, van het “opruimen”.
Het grondstoffen-tekort en het afval-overschot worden veroorzaakt door de bedrijfskolom, doordat recycling niet in het ontwerp is meegenomen.

Wie een compost toilet bezit, kent de waarde van de stoelgang
Daarom moet er ook voor elk product apart een eigen recycling-systeem worden bedacht. De bekende PET-flessen werden tot 2006 ingezameld via de supermarkten. Dat is nu al niet meer verplicht. Oud papier is per gemeente anders geregeld. Vaak gebeurt het via verenigingen en containers “op dinsdag” of langs-de-deuren op zaterdag. Geld krijg je nooit terug voor je oud papier, alleen als je met 1000 kilo komt loont het de moeite. Blik wordt met magneten uit de grote berg opgevist. Het belangrijkste: GFT afval wordt in de groene kliko's verzameld en gecomposteerd. Onze ontlasting... daar hoor je nooit iemand over. Doorspoelen en niet meer achterom kijken!
Samengevat zag mijn leven er dus ongeveer zo uit: ik ben 23 jaar, leef in een wereld die beheerst wordt door machten en de grootste macht is het geld. De wereld zelf is er de dupe van. Hoewel alle wereldleiders weten dat we tot over onze oren in de problemen zitten, kunnen ze niks doen omdat dan het hele systeem in elkaar zal zakken. Sinds de groep schrijvers van de Visie van Enschede uit elkaar is gevallen sta ik er schijnbaar alleen voor om de planeet in een evenwichtige situatie te brengen.
Van mijn toenmalige vriendin kreeg ik een leuk hangertje waarop de zon, de maan en de aarde als drietal zijn afgebeeld. De zon verwarmt met zijn warme stralen de aarde, de aarde is het leven zelf en de maan staat erbij en beïnvloedt de getijden, het weer en de menselijke ritmen.
Net als in de Visie van Enschede en in de fysica zag ik op het hangertje het onderscheid tussen energie en materiaal. Alles bevat beiden, maar, je kunt alles bekijken vanuit beide werelden, de materiële wereld en vanuit de energiewereld.
Op de middelbare school maak je al sommetjes waarin bloempotten van het dak vallen van bepaalde hoogte. Hoe lang duurt het voor de pot op de grond valt en met welke snelheid ? Je kan dan op 2 manieren je berekening maken: via de formules met ruimte (afstand, meters) of de formules over energie (hoogte en snelheid). In beide berekeningen kom je natuurlijk op dezelfde antwoorden uit.
Albert Einstein heeft hier nog een schepje bovenop gedaan. Iedereen kent wel de formule
E = mc2
Niet zoveel mensen weten wat het betekent. Het gaat over precies ditzelfde onderscheid tussen materie en energie. De E is de hoeveelheid energie. De m staat voor de massa, dat is wat de mensen meestal gewicht noemen en in (kilo)-grammen wordt aangegeven. De c is de lichtsnelheid, een enorm getal. De 2 betekent kwadraat, ofwel c2 = c x c.
In het kort zegt die formule dat je van energie wel degelijk materiaal kúnt maken, en andersom. Je kan voorrekenen hoeveel energie erbij betrokken is als je het verschil in gewicht voor en na het proces weet. Alleen: deze processen spelen zich in de zon of in kernreactoren, de kleine zonnen op aarde. Om kort te gaan:
Er is juist een enorme scheiding
tussen materie en energie.
Deze scheiding is zo sterk dat het je een zon of een kernreactor kost om de scheiding op te heffen en iets van het ene in het andere om te zetten.
Energie blijft dus in principe altijd behouden en materie ook, ongeacht de processen die er zich afspelen. Alleen in het speciale geval zal er een overgang plaatsvinden, maar dat is een onaards proces.
Deze scheiding tussen energie en materie, gesymboliseerd door de zon en de aarde, leek me een prima uitgangspunt om het nieuwe economisch systeem op te baseren.
De wetten van de natuur zijn immers universeel en anders dan de wetten van juristen en politici laten ze zich in exacte termen beschrijven. Als we nu beginnen met de natuurwetten dan krijgen we vanzelf een systeem dat ergens op slaat, in plaats van een geldstelsel dat gebaseerd is op een illusie.
Het hangertje had drie elementen: de zon, de maan en de aarde. Nadat ik de zon en de aarde had 'gesnapt” heb ik nog zeker een half jaar moeten nadenken over dat maantje. Daarvoor moest ik terug naar de levenscyclus.
Als u naar de vuilnisbak kijkt en de groenbak of papierbak die er wellicht naast staat, dan is er één groot verschil: de ene bak bevat van alles dat in principe gerecycled wordt. De inhoud van de andere bak steken we straks in de hens, in de hel van de vuilverbranding. Wat er met de verbrandingsgassen gebeurt is onbekend. Ze komen ergens in de lucht, in het water, op het land. In principe worden ze niet gerecycled.
Het zou mooi zijn als je ervoor beloond zou worden wanneer je meewerkt aan recycling en als je gestraft zou worden als je dat niet deed. Dat gebeurt nu ook al een beetje, maar door de speciale werking van geld kan je een verlies of boete door je vervuiling, goedmaken met een flinke winst aan de andere kant.
Je kan dit euvel ondervangen door gebruik te maken van een apart symbool. Het symbool aarde staat voor de hoeveelheid (kg) levend, recyclebaar materiaal (groen) en de rest, het afval in de grijze bak, valt dan onder maan.
Nu was er dus een systeempje bedacht met 3 symbolen en ik noemde het ekonisme :
een systeem waarin de prijs altijd overeenkomt met de waarde volgens natuurlijke normen.
Eureka. Nog geen 25 jaar en het ei van Columbus op zak.
Ik had dus in totaal 3 jaar nagedacht over hoe je de wereldproblemen zou kunnen oplossen. Heb ik eindelijk de oplossing, gebeurt er niks.
Het blijkt dat er helemaal niemand op zit te wachten. Wie wil er nou iets met zon, maan en aarde ? Het is allemaal veel te vaag. Ik heb het verhaal ook veel te veel “opgedrongen” aan mensen die er vast nog niet helemaal aan toe waren. Mensen zeiden: schrijf maar een boek. Ach ja, een boek. Daar heb ik toch geen tijd voor!
Zo kwam ik terug bij de NJMO. Inmiddels was het hele bestuur gewisseld en was er nauwelijks nog iemand die me kende. Natuurlijk wilden ze best weten wat ik wilde, maar het antwoord was:
Gôh. Nee daar hebben we nu geen project in.
Ik had het kunnen weten in 1993. Het is nog steeds zo in 2006. Mensen en hun organisaties hebben allemaal zo hun eigen doelstellingen en projecten. De NJMO voerde projecten uit waarvoor ze subsidie kregen. Die subsidie hadden ze met veel moeite aangevraagd. Speciaal projectplannen voor moeten schrijven. Geld kwam of kwam niet. Dan kon het project doorgaan en ja, dan zoiets met ekonisme. Nee, net even geen tijd.
Andere reacties die ik kreeg waren: ga maar naar “die en die organisatie” want zij doen ook zoiets. Daar aangekomen begreep men je niet of had men geen tijd. Meestal had je natuurlijk te maken met mensen die ook niet de oorspronkelijke visionair waren van de club. Zij sturen je dan door naar hun 'leider” maar ik belde dan niet meer terug. Eigenlijk had ik helemaal geen zin meer om weer het bos in te worden gestuurd. En dat heb ik nog steeds niet.
Later kwam de film The Matrix uit. Zoals meer mensen hun eigen strijd herkennen in de strijd in die film, zag ik in de film dat de mens zijn lot heeft overgelaten aan de computers. Wij laten ons leven geheel leiden door automaten die worden aangestuurd door getallen: de economie. Computers doen het werk maar wij hebben ze gevuld met getallen “geld”: mijn bankrekening, mijn salaris en mijn huur. Ik werk om mijn bankrekening op peil te houden zodat ik de huur kan blijven betalen.
Het kapitalisme is een illusie, een menselijke uitvinding tot wiens slaaf wij geworden zijn. Het eerste deel van de film gaat over het loskomen uit de invloed van “de matrix” ofwel het kapitalisme.
Het blijkt dat veel mensen niet klaar zijn om “vrij te zijn”. Ze geloven in het wereldje en kunnen er niet buiten. Er zijn wel steeds meer enkelingen die er klaar voor zijn. Zij worden half-vrij gemaakt en krijgen dan de keuze: de rode of de blauwe pil. Terug de matrix in, of, hier blijven en kijken hoe diep het konijnehol is.
Het tweede deel heet in goed Nederlands “Reloaded”. Opnieuw ingeladen. Hier zie je dat de strijd van de vrije mensen tegen het systeem doorgaat, maar om die strijd te voeren worden ze door spelers van het systeem van het kastje naar de muur gestuurd. Neo luistert naar de adviezen van de Profetie, een karakter uit de matrix. Zij stuurt hem naar de Merovingian, ook een karakter uit de Matrix. De sleutelmaker, de architect, idem. Op het moment dat de hele vrije stad Zion wordt uitgemoord door de machines, probeert Neo zijn liefje te redden, die eerder probeerde hem te redden. Liefde blijkt de sterkste factor.
Het principe van “reloaded” is tekenend voor de milieubeweging in Nederland. Allemaal leuk bezig. Maar om de zaken te realiseren hebben we subsidie nodig en kloppen we aan bij dezelfde overheid tegen wie we rechtszaken zouden moeten voeren. Je gelooft toch niet dat een club als de Milieufederatie Zuid-Holland “onder voorwaarden” voorstander is van de aanleg van de A4-noord en de Tweede Maasvlakte. Hoe komt dat nou? Ze zijn reloaded: ze voeren een strijd tegen het systeem kapitalisme maar zijn ondertussen zelf afhankelijk geworden van datzelfde systeem. Het personeel heeft een gezin, een hypotheek en een lease-wagen. Reloaded.
De derde film laat zien hoe de strijd kan worden beëindigd: eenwording en liefde. Daar kun je kort en duidelijk over zijn en meer valt er dus ook niet over te zeggen. Liefde is alles.
Als niemand het wil horen, dan ga ik het zelf wel brengen. Bij een Tweede Kamerverkiezing bleek er een partij te zijn met mijn naam: Natuurwetpartij. Ik wist helemaal niks van de club, maar stemde erop alleen vanwege de naam. Immers, de naam Natuurwet kwam precies overeen met de definitie van ekonisme.
Vanzelfsprekend kreeg de partij geen zetel. Toen ik wat ging rondbellen kon ik eens langskomen en dan wordt je gelijk benoemd in het Landelijk Hoofdbestuur. Hoezo mensen tekort?
De Natuurwetpartij bleek een club van mensen die mediteren en gebruik maken van bewustzijnstechnologie. De Maharishi uit het Limburgse Vlodrop bleek een boegbeeld. De leider van de club was zijn rechterhand. Er was geweldig eten en allemaal aardige mensen. Ze waren best bereid mijn verhaal aan te horen maar daarna konden ze er niet echt wat mee. Er kwam weliswaar een subtiele verwijzing in het verkiezingsprogramma, maar toen ging het mis. Ruzie om de macht. Strijd. Knokken. Grote bekken. Hoe zou dat toch komen?
Vanzelfsprekend ontmoet ik veel mensen, meestal mannen, die niet kunnen of willen geloven dat de wereld zoals ik hem zie, mogelijk is. Nee, zo zit de wereld niet in elkaar. Okee, ik weet ook wel dat je realistisch moet blijven, maar aan de andere kant heeft de manier waarop ik over de wereld denk een sterke invloed op de wereld zoals ik hem beleef. Als je niet gelooft dat iets kan, dan kan het ook niet. In je belevingswereld tenminste. En dat is voorlopig de enige wereld waar wij elkaar ontmoeten.
Een veel gehoorde klacht is de volgende.
Ik ben ook voor idealisme, maar als puntje bij paaltje komt en het is toch óf ik honger, of die ander honger. Iedereen kiest dan zelf voor het eten en laat de ander honger lijden.
Kent u dat, deze manier van denken?

Het is happen of gehapt worden in de krikodillenvijver!
Als je dus niet verder kunt denken dan “het zelf happen of anders honger hebben”, laat je alleen deze reptielen-hersenen werken. Het verbaast me niets dat het gedrag precies past bij wat je in een krokodillen-vijver ziet: grote happen en grote bekken. We laten geen stukje over voor een ander, de hele wereld is mijn vijand. Hap!
Het is natuurlijk ieders eigen keuze of hij wil wonen en leven met mensen die deze hap-mentaliteit erop na houden. Want: hebben ze dan echt geen hart voor een ander?
Dat ligt er maar net aan wie die ander is. Zelfs de wrede, niets- en niemand ontziende krokodil heeft ergens een zwakke plek. Moeders met name. Zij hebben de bijzondere eigenschap om hun jongen de eerste anderhalf jaar te beschermen in de veilige moederbek.
Blijkbaar is de krokodil een wreed monster dat alles en iedereen opeet, behalve zichzelf én zijn jong. Als de hele wereld zijn vijand is, zoals ik daarnet beweerde, dan hoort het jong niet bij de rest van de wereld, maar bij moeder zelf! Het is ik-en-mijn-jong tegen de rest van de wereld. En vooral: de rest van de wereld tegen mijn jong en mij. Want zo werkt dat in de krokodillen-vijver.
Bij mensen is dat eigenlijk net zo. Een moeder deelt ook haar voedsel met haar kind. Je kan ook zeggen: ze ìs haar kind. Ze is één met haar kind.
Kent u dat, het gevoel van éénheid? Heeft u het met uw kinderen, uw huisdier, uw partner? Of het gevoel van empathie? Je inleven hoe de ander zich voelt ? Dit zijn functies van het lymbisch systeem. Dit zijn veel “modernere” hersenen dan de reptielenbreinen die wij met de krokodillen gemeen hebben. Je kan ook zeggen: dit is wat ons mens maakt. Wij zijn hogere dieren, geen krokodillen die elkaar afmaken om de laatste hap.
Het belangrijkste is de grens tussen “ik” en “de rest”. De krokodil rekent alleen zichzelf tot “ik” en scheidt zich zo af van de rest van de wereld. De krokodillen-moeder rekent ook haar kind tot “ik” en ziet de rest van de wereld als vijandig. Tegenwoordig zie je steeds meer mensen die zich één-voelen met de hele wereld. We ademen immers allemaal dezelfde lucht in.
Veel mensen zien mij als een milieu-ridder, omdat ik bijvoorbeeld geen auto heb en vegetariër ben. Een auto wil ik niet, omdat ze stinken. Als je zelf rijdt ruik je meestal je eigen auto niet, dus ik neem die beslissing niet uit puur eigenbelang. Nee, ik en de wereld om mij heen vormen één geheel en ik ga niet mijzelf zomaar vervuilen. Het doet me pijn om te zien hoe de wereld eraan toe is. Ik voel de pijn van de aarde. Daarom, zeg ik, is er helemaal geen grens tussen mezelf en de rest van de wereld. Misschien is dit voorbeeld wat te ver gezocht, dus laat me een makkelijker voorbeeld vinden.
Vroeger, als kind, zagen we met Kerst de spotjes van Afrikaanse kinderen met dikke buiken, opgezwollen van de honger. Mijn moeder zei dan altijd: wees maar blij dat we het hier zo goed hebben. Inmiddels weet ik dat onze overvloed precies hun tekort is. Wij hebben hier teveel wat ze daar tekort hebben. Daar ben ik dus helemaal niet blij mee. Hoe kan ik dan tevreden zijn met het “ons goed hebben”? Dat lukt me niet meer. Ik ben ontevreden met onze “overvloed”, we zouden die moeten delen met degenen met tekort.
Dit is ook zo'n voorbeeld van ik en de ander. Er is geen onderscheid tussen mij en Afrika. Er is geen verschil, vind ik. Wie het verschil per sé wil zien, valt in illusies. Ik adem dezelfde lucht, drink hetzelfde water en leef op dezelfde planeet als ieder ander wezen. Ik zit in de bek van de wereld-moeder en mijn moeder is een krokodil.
Waarom hebben wij een economisch systeem dat precies een krokodillen-vijver nabootst? Waarom werken wij op basis van strijd en concurrentie? Waarom nemen onze bedrijven zelf de laatste hap en laten ze andere bedrijven liever doodbloeden?
Dat doen ze, omdat het economisch systeem verbonden is met een reptielen-bewustzijn. Ze maken gebruik van de meest primitieve functies in een lichaam: alleen gericht op het eigen overleven. Het is ofwel ik eten of jij eten. Omdat we allemaal krokodillen zijn, gaan we op deze manier met elkaar om, want dat is de norm. Dat is al zo sinds mensenheugenis – de geschiedenis van de Westerse wereld gaat meestal niet verder terug dan de periode waarin ze een gebied heeft onderworpen -. Toch is er een uitzondering op de regel. De afgelopen jaren is er een hele industrie ontstaan die gebaseerd is op het uitsluitend delen. Niet strijden maar samenwerken. Daarvoor gaan we weer terug in mijn levensverhaal.
Rond de tijd dat ik me bij de Natuurwetpartij aansloot, heb ik ook de computer “ontdekt”. Modelleren was wel leuk, maar computers trokken me niet echt. Pas later, toen ik bij internetproviders werkte, kreeg ik de lucht van vrije software in de neus. Dit is een belangrijke stroming. Tegen de gevestigde orde van Microsoft in, is een wereldgemeenschap van inmiddels meer dan een miljoen programmeurs erin geslaagd een compleet computersysteem met alle mogelijke programma's te schrijven.
Het is al begonnen in de jaren '80, toen Richard Stallman eerst de copyleft licentie van vrije software schreef, de GNU Public License (GPL). Daarna schref hij een aantal programma's waarmee om programma's mee te schrijven en bracht ze uit onder GPL. Daarmee kon vervolgens iedereen aan de slag om zelf vrije software te maken. Begin jaren '90 voegde Linus Torvalds de 'linux' kernel toe. Na een jaar kwam deze kernel uit onder de GPL licentie en was er een bruikbaar computersysteem waarbij je dus alleen vrije software nodig had. Al snel werd het systeem op grote schaal ingezet bij internet providers en onderzoeks-instituten.
Het contrast met de commerciële software wereld is groot. Nog steeds worden er duizenden “deskundigen” opgeleid die alleen op Microsoft Windows de weg weten. Wil je een programma, dan moet je het doorgaans 'kopen' of 'illegaal downloaden' . Meestal is hiervoor een dure of minder dure licentie vereist. Je krijgt geen kopie van de broncode. Je krijgt ook niet het recht maar een letter aan het programma te veranderen. Je mag het programma niet verder verspreiden, zodat je je vrienden niet met een kopietje blij mag maken. Informatie stroomt natuurlijk waar het niet gaan kan, dus het gebeurt toch. Maar in juridische zin is dit soort software niet vrij.
Stallman geeft aan dat vrije software vier rechten moet garanderen:
het recht om de het programma te draaien
het recht om de broncode te bestuderen en te veranderen
het recht om het programma te verspreiden
het recht om je wijzigingen te verspreiden
Op deze manier heb je dus volledige controle over je computer. Door de code uit te wisselen ontstond er via internet, een gemeenschap waarin er wordt samengewerkt om zo te bereiken wat wellicht onmogelijk leek. Op dit moment is het zover dat je je computer volledig kunt voorzien van vrije software en dat je als eigenlijk niets mist. Sterker nog: je hebt veel meer!
Microsoft heeft de afgelopen jaren elk bedrijf opgekocht dat het beste was in zijn gebied. Alleen de vrije software-wereld is de dans ontsprongen, want die is niet te koop. Volgens sommigen ligt de waarde van de linux-kernel rond de 2 miljard euro. Ik hecht er geen geloof aan want geld speelt hier geen rol.
Naast het uitkomen van vrije software is er een nieuwe trend waarneembaar: het vrije woord. Traditioneel vallen boeken onder copyright: de schrijver (lees: de uitgever) behoudt alle rechten op het boek. Nu worden boeken uitgegeven onder “copyleft”: er is ook een kopie over voor jou. De Wikipedia encyclopedie [www.wikipedia.nl] is een via internet uitgebouwde online encyclopedie met miljoenen artikelen. Het tijdschrift Nature erkent Wikipedia als vergelijkbaar van kwaliteit met de Brittannica.
Vanzelfsprekend is ook dit boek beschikbaar onder een copyleft-licentie van CreativeCommons.org. Loop naar de fotocopier en kopieer mij! Download mij en verbeter mij! Om de tekst aan te passen heb je alleen de tekstverwerker Openoffice.org nodig. Ook die is gratis en aanpasbaar aan uw eigen wensen.
De wereldwijde gemeenschap van programmeurs heeft mij laten zien hoe je met macht kunt omgaan. Schep je eigen regels. Het kan. Je hoeft de rechten niet af te geven aan “iets” boven je, een bedrijf of een baas. Als de technici het samen niet eens zijn, komen ze toch tot een oplossing zonder de rechter nodig te hebben. Samenwerken, maar soms apart. Je ziet dat ze ook de controle over zichzelf, de macht, niet uit handen hebben gegeven. Iedereen is de baas over zijn eigen werk. Hoe groot is het contrast met onze “moderne” democratie ?
Wij laten ons regeren door de minderheid van een minderheid. Een derde van de mensen stemt niet eens meer, meestal omdat ze alle contact en vertrouwen is kwijtgeraakt. Eigenlijk zouden de zetels die bij hun stemmen horen leeg moeten blijven, want nu gaat er een minderheid met de macht vandoor.
Tweederde van de mensen bepaalt dus wie er in het parlement komen. Maar, mensen stemmen op kandidaten uit partijen. Over partijen staat niks in de grondwet, maar toch bestaat het politieke veld vooral uit de partijen.
Stel, een aantal partijen verdeelt 2/3 van de stemmen. 1/3 van de stemmers kwam niet opdagen. Drie grote partijen met samen 55% van de stemmen vormen de regering. Conclusie: de regering wordt gesteund door slechts 2/3 x 55% = 37% van de kiezers.
Bij belangrijke kwesties heeft de meerderheid in de Tweede Kamer een doorslaggevende rol. Maar binnen de partijen heerst een fractie-discipline: je wordt geacht mee te stemmen met de meerderheid van de fractie. Ook als je er eigenlijk tegen bent. In de grondwet (artikel 89) staat dat kamerleden zonder last of ruggespraak moeten kunnen functioneren. Blijkbaar niet belangrijk?
Stel nu dat 60% van de fracties voor is, en 40% tegen. Het besluit wordt dan gesteund door 60% x 37% = 22% van de kiezers. Jawel. Komt er een nieuwe kerncentrale? 22% beslist. Sturen we het leger naar Afghanistan? 22% beslist. Moet een bepaalde minister aftreden: 22% beslist. En u dacht democratie ging over de stem van de meerderheid?
Die 22% is nog een beetje een optimistische berekening. Veel mensen tellen niet mee als kiezer. Mensen tot 18 jaar. Zij zijn nog “te onvolwassen”. Het zijn toevallig wel de kinderen die MSN kunnen bedienen, in tegenstelling tot onze ministers, al hebben ze ICT in de portefeuille.
Zogenaamde 'buitenlanders' doen niet mee bij de landelijke verkiezingen. Zij zijn geboren aan de andere kant van een denkbeeldige lijn op aarde die “grens” worden genoemd. Hierachter begint het “buitenland”, een gebied waarop een andere, aparte machtsstructuur actief is. Op Internet bestaat zoiets niet, het buitenland. U merkt het niet eens of mijn website in het buitenland of in Nederland staat.
Heeft u wel eens een grens tussen twee landen gezien? Nooit. Weet ik zeker. Ik heb wel grenspalen gezien, of hekken. In België ziet het wegdek er anders uit. Ik heb de Berlijnse Muur gezien. Die muur stond meters vóór de grens. Maar de grens, nee. Die bestaat alleen in je hersenpan. Forget it. Grenzen bestaan niet, het buitenland bestaat alleen in je hoofd en buitenlanders zie je alleen op tv.
Goed, de regering wordt alleen gesteund door minderheden. Maar, is dat nu alles? Nee, want de verdeling van de macht binnen de partijen is minstens zo eigenaardig. Hoewel de partijen verantwoordelijk zijn voor het besturen van iedereen, zijn alleen de zogenaamde “leden” van invloed op de volgorde van opkomst van de kandidaten op de kieslijsten.
De keuze van leden van de regering heeft plaats in een volledig ondoorzichtig vergaderproces. De leden van de regering worden aangewezen uit een lijst die tevoren niet bekend is. Wanneer de lijst af is wordt deze als geheel door de Koningin en het Parlement erkend. Ook de totstandkoming van het o zo belangrijke document “regeerakkoord” vind plaats in achterkamertjes, ontoegankelijk voor burgers en pers. Want we zouden er eens achter komen op wat voor voorwaarden er wordt onderhandeld.
De koningin is vast een aardige vrouw, maar de staat der Nederlanden en de munt met haar beeldtenis, de Euro, erken ik niet langer als de enige.
Ik claim onze vrijheid, ons geboorterecht op een vrije wereld en een vrij bestaan, zonder verplichte slavernij aan de dictatuur genaamd 'economie'.
Ik zet door, elke dag weer, stap voor stap op weg naar hetgeen uiteindelijk onvermijdelijk is. En als ik het laat varen, dan ben ik niets vergeten.
Als u dagelijks het nieuws volgt dan bent u vast bekend met het begrip dualiteit: een beschrijving van het geheel door de verschillen tussen de delen te benadrukken. Politicus A bestrijdt politicus B. Land A heeft iets tegen leider B. Maar C was zo'n hele erge dictator en die moest weg, ook al hebben we de atoomwapens niet gevonden. Strijd. Oorlog. Angst. Terror.
Jammer genoeg bestaat het nieuws in de massamedia bijna alleen maar uit dit soort gedoe. Het is het beste om je ervan af te sluiten. Geen van beide partijen heeft gelijk. In geval van oorlog of oorlogszuchtige taal heeft geen van de partijen recht op het gelijk. Beiden ontkennen de waarheid. Wie de waarheid accepteert, neemt de opponent in de armen en vergeeft hem.
Het is tijd om een uitweg te zoeken uit de dualiteit. Voor zover ik weet kan dat met een drie-eenheid.