Kleurengeld in de bedrijfskolom


Laten we nog eens terug gaan naar de basis van het huidige economisch systeem: de bedrijfskolom. In de afbeelding hiernaast zie je dat de producten van grondstoffen tot consument worden verhandeld. Het geld reist de andere kant op. Immers, bij elke verkoop gaan de producten de ene kant op (omhoog in de kolom) en dan gaat het geld naar de andere partij (omlaag in de kolom).

In de afbeelding zie je aan de grootte van de “taart” welk gedeelte van de consumentenprijs er betaald wordt. Vanzelfsprekend betaalt de consument het meest. De winkelier houdt een flink gedeelte, de fabrikant houdt ook wat en de rest gaat naar de leverancier(s) van grondstoffen. Dit model is natuurlijk een enorme versimpeling want in de praktijk is er geen enkel product dat in zo’n eenvoudige kolom wordt geproduceerd. Maar als model voldoet het uitstekend.

De werking van de bedrijfskolom met gewoon geld

De werking van de bedrijfskolom met gewoon geld

De kleuren in de bedrijfscirkel

Nu we gezien hebben hoe de euro’s bewegen in de bedrijfscirkel, willen we natuurlijk weten hoe de Rode, Groene en Blauwe munten bewegen in de bedrijfscirkel. Het begrip van deze cirkel is net zo elementair als het begrip dat de aarde om de zon draait – niet andersom. Het zal misschien even wennen zijn voor u het licht ziet aangaan. Anderzijds: als u het eenmaal snapt, heeft u het boek niet meer nodig. De realiteit geeft altijd een helderder inzicht dan een model op papier.

In de volgende afbeelding zien we dezelfde deelnemers in de bedrijfskolom, van leverancier van grondstoffen, fabrikant, winkelier tot consument. De destructor of reducent is een nieuwe deelnemer. De destructor vernietigt de afvalstroom van de consument tot de oorspronkelijke grondstoffen. Het kan gaan om inzameling van gebruikt glas, papier, of blik. Het kan gaan om het inzamelen en composteren van GFT afval. In elk geval: de destructor sluit de cyclus.

Dankzij het bestaan van de destructor is de cyclus gesloten. Het gevolg is dat de grondstoffen en het materiaal in het product als groen worden gewaardeerd. Blauw hebben we nu dus nog niet nodig. In de hele cyclus is de waarde van het groen volledig, omdat alle materiaal dus volledig gerecycled wordt.

De waarde van het rood varieert gedurende de levensloop zoals de waarde in euro’s varieert in de bedrijfskolom. Grondstoffen hebben nog geen of nauwelijks energie. Bij de fabrikant is het al een heel stuk meer en de consument betaalt de volledige prijs.

In de afbeelding gaan de producten met de klok mee door de cyclus. De RGB munten gaan tegen de klok in.

De gebruikte taartpunten geven alleen een beeld, zoals bij modellen gebruikelijk is. De werkelijke prijs zal in de praktijk worden bepaald. In principe is aan het begin en aan het eind van de cyclus de rood-waarde laag of nul en in de top van de cyclus is de rood waarde volledig. Precies zoals de zon opkomt, hoog staat in de middag en aan het einde van de dag weer

Het wordt wat ingewikkelder wanneer een product of een gedeelte ervan niet meer gerecycled wordt. Dan komt namelijk de kleur blauw in het spel, die een gedeelte van de rol van groen overneemt. Groen wordt gebruikt voor alle materie (lees: gewicht) die in de cyclus zit. Blauw betaal je als je weet dat dit product uit de cyclus is. In beide gevallen meet je het gewicht; 100 gram is 1 groen of 1 blauw. Er is altijd een deelnemer in de kring die de dupe is, iemand die verantwoordelijk is voor het uit de cyclus raken van het product. Iemand die met blauw blijft zitten en een tekort aan groen overhoudt.

In het volgende voorbeeld doen we alsof de consument er verantwoordelijk voor is dat de helft van het product niet gerecycled wordt. De andere helft wordt wel gerecycled. Blijkbaar had de consument zelf de keuze gemaakt om het product zo te gebruiken dat recycling niet meer mogelijk was.

We zien in de volgende afbeelding dat er een extra deelnemer is gekomen, de blauwberg. Dit is een virtuele deelnemer. Het kan zijn dat dit gewoon een vuilnisbelt is, een verbrandingsoven of een andere plek waar wordt geloosd op de omgeving. Als het maar uit de cyclus is geraakt, dan rekenen we het als blauw. In dit geval heeft de destructor het afvalproduct van de consument opgekocht tegen R 0 G 1/2 B 1/2. De consument heeft zelf R 1 G 1 B 0 moeten betalen voor bij aankoop. Dat betekent dat de consument blijft zitten met een saldo van R -1 G -1/2 B1/2. Het tekort aan rood kan worden terugverdiend door te werken, zoals gebruikelijk. Maar het verlies aan groen kan niet worden rechtgetrokken.

Dat is precies de situatie zoals in werkelijkheid ook het geval is: het uit de cyclus raken van het product kan óók niet zomaar worden gecompenseerd. De onbalans blijft in de boekhouding bestaan, totdat het afval alsnog wordt opgeruimd of een gelijkwaardige hoeveelheid materie, die dus even zwaar is, van buiten een cyclus weer binnen een kringloop wordt gebracht.

De combinatie van het kleurgebruik en dit bijzondere gedrag van de kleuren in de cyclus geeft een duidelijk beeld van de werkelijkheid voor wat betreft energie en de mate van recycling. Als we nog eens vergelijken met de bedrijfskolom een aantal pagina’s terug, dan zien we dat er daar geen enkel verband is tussen de prijs en kringlopen of energie. Sterker nog, het geld moedigt juist vernietiging van grondstoffen en energie aan. Het hier getoonde model is een, modelmatig gesproken, nagenoeg perfecte oplossing voor het “internaliseren” van milieukosten. Maar om ermee om te kunnen gaan zijn nog een aantal leefregels van kracht, dus die zullen we nog bekijken voordat we gaan kijken naar voorbeelden van productprijzen in de vorm van getallen.