Wat betekenen de kleuren?
De kleureneconomie zal ons leren de verschillende dingen uit elkaar te houden. Dingen die anders zijn gooien we niet in dezelfde bak. Dingen van verschillende soorten waarde tellen we niet bij elkaar op. U begrijpt: in de euro-economie tellen we alle waarden bij elkaar op, zodat we geen duidelijk beeld hebben. Ene beetje zoals een zwart-wit televisie geen verschil aangeeft tussen groen gras en oranje shirtjes.
De Kleuren
De kleureneconomie gebruikt Rood, Groen en Blauw om de waarde van produkten aan te geven. Elk produkt of dienst heeft dus een waarde van drie getallen: eentje voor rood, eentje voor groen en eentje voor blauw. 
Rood
Rood is voor energie. Licht, leven en liefde. Het komt voor in arbeid, diensten, voeding, electriciteit, salaris en brandstof. 
Groen
Groen is voor aarde. Het zit in alle stof die nog in zijn levenscyclus zit. Groen komt voor in voeding, bio-afval, papier, glas en water. 
Blauw
Blauw is voor het overige afval. Het komt voor in alle stof die niet meer in zijn levenscyclus zit. Blauw hoort bij lozingen in water en lucht. Ook alles dat van wer weg komt is blauw, net als plastics.
Voorbeelden
Om het wat gemakkelijker te maken zullen we nog geen getallen in deze voorbeelden.
Op de fiets
Brood, spaghetti en andere soorten voeding vormen een energiek dieet (rood). Alle voeding is in principe recyclebaar en dus is er ook een groene waarde.
Met de auto
Auto’s gebruiken aanzienlijk meer energie per kilometer dan fietsen. Ook als je naar Zuid-Frankrijk moet is fietsen goedkoper. De blauwe stip betekent dat de benzine die je verbrandt nu al niet meer te recyclen valt.Vliegen
Vliegen gebruikt nog meer brandstof per kilometer dan autorijden. Dat zie je terug aan zowel een grotere rode als een grotere blauwe stip. Als je maar genoeg blauw over de aarde uitstoot wordt de voeding (zie boven) vanzelf ook steeds blauwer.