Samenvatting


Schuivende Paradigma’s

De Kleureneconomie is een systeem dat de plaats van geld in onze huidige maatschappij kan innemen. De belangrijkste normen en waarden die bij het kapitalisme horen worden daarbij omgedraaid. Het hoofddoel is balans en stabiliteit, niet groei of winst. Eerlijkheid en transparantie zijn essentieel voor het succes. De deelnemers zijn verantwoordelijk voor hun gedrag en hun bezit. Deze eigen verantwoordelijkheid komt in de plaats van het bezit. Ook voorkomt dit principe van eigen verantwoordelijkheid het ontstaan van een machtspiramide. Een relatief kleine verandering is dat rente niet kan bestaan. Dit komt doordat een aantal natuurwetten diep zijn ingebouwd in de kern van de kleureneconomie. Om nader tot de kern te komen, zullen we eerst de wetten van de natuur moeten doorgronden, omdat kleureneconomie een economisch-ecologisch systeem is.

Overtreding van natuurwetten in het kapitalisme

Het kapitalistisch model houdt geen rekening met de recycling van materie die plaatsvindt in ecosystemen. Het is niet essentieel voor deelnemers om alles te recyclen. Lozen in water of lucht is de normaalste zaak van de wereld voor industrie en automobilist. Weliswaar raken afvalstoffen verloren, maar zij zijn hun waarde (in geld) dan al kwijt. Geen automobilist neemt nog verantwoordelijkheid voor het uitlaatgas dat hij 100km terug op de snelweg heeft uitgestoten. Terwijl die benzine toch zeker wel zijn bezit was. Bij de verbranding heeft hij zich de zuurstofmoleculen uit de atmosfeer toe-geeigend om het resultaat ter plekke uit te stoten, met als enige doel de energie los te maken uit de verbinding van koolwaterstoffen. Geen gebruiker van het kapitalisme die zich hiervan bewust is. En het is ook geen probleem, want hij wordt er niet financieel op afgerekend. Zie daar het ontstaan van het broeikaseffect. In het kapitalisme heerst een essentieel gebrek aan bewustzijn van de kringloop van materie. Het komt nu pas op gang met de introductie van concepten als Cradle 2 Cradle en permacultuur, die de wetten van recycling en energie in hun werkwijze integreren.

Natuurwetten in de kleureneconomie

Slechts twee natuurwetten staan aan de kern van kleureneconomie

  • Het is de bedoeling dat alles wordt gerecycled. Dit geldt zowel voor producten van die biologisch kunnen worden afgebroken, zoals GFT-afval, als voor technische producten. Deze moeten zo worden ontworpen dat ze eenvoudig uit elkaar kunnen worden gehaald en dat elk onderdeel apart ook weer te recyclen is.
  • In deze hele cyclus probeer je zo min mogelijk energie te gebruiken. Bij voedings- en brandstofproducten probeer je zoveel mogelijk energie van de zon op te vangen en vast te houden. Je energiegebruik zou niet hoger moeten zijn dan dit zonne-inkomen.

Gebruikers helpen de wetten na te leven

Regels voor het tellen van de waarde van de natuur

Regels voor het tellen van de waarde van de natuur. In het kapitalisme hebben zonneschijn, bomen en uitlaatgassen geen waarde. Met de kleureneconomie leren we hun echte waarde kennen.

Vanzelfsprekend zijn er ook in het kapitalisme mensen die wel degelijk proberen te recyclen en die energiezuinig proberen te leven, maar deze houding wordt niet actief ondersteund door het geldsysteem zelf. Met kleureneconomie verandert dat, omdat de waarde (de prijs) van een product direct aan zal geven in hoeverre het product gerecycled wordt en in hoeveel energie er voor deze cyclus nodig is. Je krijgt dan altijd geld terug voor je afval, maar als je het afval aanbiedt voor recycling, krijg je een andere kwaliteit geld terug voor je goede waar. Daarom heeft het geld in de kleureneconomie drie kleuren.

De prijs heeft drie kleuren

  • In de eerste plaats is er de energie. We bedoelen niet direct brandstofproducten of voedingsmiddelen, maar de energie zelf die in deze producten zit. De energie-dimensie wordt aangeduid met de kleur Rood.
  • Naast energie bestaat de wereld uit materie. Het principe van recycling geeft aanleiding tot een verdeling van deze materie in twee groepen: die materie die wel wordt recycled en die materie die uit haar (natuurlijke) levenscyclus is geraakt. We geven deze dimensies aan met de kleuren Groen en Blauw.

In de kleureneconomie gebruiken we dus de kleuren Rood Groen en Blauw om de ecologische én ecologische waarde van producten en diensten aan te geven. Dit noemen we ook de RGB-waarde.

Waarom wordt de waarde gesplitst?

Essentieel aan deze opdeling is dat de deelnemer een “fout” niet meer kan compenseren met een extra winst op een andere plek. Hier volgt een extreem voorbeeld, dat niet helemaal klopt met de werkelijke praktijk.

Stel u heeft een tomatenkwekerij en u verkoopt de tomaten in het Ruhrgebied. Om de tomaten een extra boost te geven voert u ze met een NPK-mengsel, ofwel kunstmest. Het kost vrij veel energie om dit te produceren en de stoffen die gebruikt worden worden met veel moeite gewonnen. Ook spoelt een flink deel ervan gewoon weg in het afvalwater, dat u daardoor ook moet lozen. Om de kunstmest in te kopen moet u veel Rood en ook nog Blauw betalen. Ook het water koopt u in tegen Groen maar u moet het voor Blauw lozen, want het is onbruikbaar geworden. Ook het aardgas waarmee u de kas stookt kost een aanzienlijke hoeveelheid Rood en Blauw. De tomaten brengen van zichzelf maar een klein beetje Rood op. Ook ontvangt u er Groen voor, maar natuurlijk niet meer dan hun eigen gewicht. Aan het eind van het jaar houdt u een flink tekort aan Rood en Blauw over. Hiermee is de onbalans in uw werkwijze ook in de economische cijfers een feit geworden. U komt wellicht tot de conclusie dat u wel in balans kunt komen door de tomaten voortaan op een andere wijze te telen. In plaats van kunstmest en aardgas met tomaten stapt u over op andere soorten in het koude seizoen, tomaten in de zomer en gebruikt u micro-organismen om de planten sterker te maken. Door deze andere werkwijze kunt u uw kleuren in balans brengen, door ook uw eigen water te recyclen en niet meer energie te gebruiken dan uw zonne-inkomen.

Definitie van de eenheid

Het kapitalisme kent een aantal ontwerpfouten en de kleureneconomie probeert ze allemaal tegelijk aan te pakken. Met de introductie van de drie kleuren kunnen we het op-één-hoop-gooien van natuurlijke waarden effectief uitbannen. Hierdoor komen deze natuurlijke waarden ook in ons bewustzijn te zitten en gaan ze deel uitmaken van onze dagelijkse werkwijze. Een andere ontwerpfout in het kapitalisme is het ontbreken van een basis van de eenheid. Honderd jaar geleden streden twee Amerikaanse presidentskandidaten met als inzet de basis van de dollar: moest de dollar worden gebaseerd op de waarde van goud of op de waarde van zilver? Inmiddels bewegen de koersen van de munten vrij in een spel van vraag en aanbod, waarbij in het geval van de dollar de waarde extra wordt gesteund zolang de handel in olie nog in deze munt plaatsvindt. In de exacte wetenschap gaat het anders aan toe. Grondleggers bepalen een eenheid op vrij willekeurige basis. De meter, de kilogram en de Joule zijn vastgestelde eenheden die deel uitmaken van het Système Internationale d’Unités. De schalen van Beaufort en van Celsius zijn vastgesteld op basis van een praktische indeling. Door de eenheid vast te leggen in termen van andere SI-eenheden, kan de wetenschap stappen vooruit maken. Bij het ontwerp van de kleureneconomie is er daarom voor gekozen om de eenheden vast te leggen in termen die we toch al in gebruik hadden: energie en materie. De kleuren van de kleureneconomie zijn als volgt gedefinieerd:

  • 1 Rood is de energie in 100 gram zonnebloemolie. Dit is 3400 kJ of 810 kCal.
  • 1 Groen is (de materie in) 100 gram recyclebare stof. Er is dan een deelnemer in de markt die de stof wil afnemen tegen groen.
  • 1 Blauw is (de materie in) 100 gram niet-recyclebare stof. Er is dan geen afnemer voor in de markt. U blijft ervoor verantwoordelijk.

Prijzen

Nu u kennis heeft gemaakt met een nieuwe waarde-eenheid is het belangrijk om opnieuw te oriënteren op de waarde van diverse producten. We geven de prijzen van producten aan per-100-gram. 100 gram is dus ook gelijk 1 groen of blauw. Dat is lekker makkelijk rekenen en het geeft goed aan hoe de verhoudingen liggen. Bij deze prijzen gaan we van start met de theoretische en dus minimale waarde op basis van de verbrandings-energie uit Binas. Denk eraan dat u voor de productie vaak een veelvoud van deze energie nodig heeft. De rood-waarde zal dan nog een paar keer over de kop gaan – transport en koeling verbruiken 10 tot 100x de energie die in het product zit. En nu komt de aap uit de mouw: lokale, kleinschalige productie is ineens veel goedkoper dan grootschalige industriële voeding. Goedkoper, want altijd zuiniger met energie.